Macht en tegenmacht
‘Het recht van de sterkste’ is terug op het wereldtoneel. Maar juist de afgelopen jaren heeft de wetenschap een bredere kijk op macht ontwikkeld. Dat stelt gerust. Veel machtige mensen gaan aan overmoed ten onder.
De Groene Amsterdammer, beeld Milo
Bij het uitkomen in 1998 is De 48 wetten van de macht van de Amerikaanse auteur Robert Greene meteen een gigantische hit. Al snel vliegen honderdduizenden exemplaren van het boek over de toonbank, inmiddels staat de teller voorbij de anderhalf miljoen. Onder meer in de zakenwereld, in Hollywood en in Amerikaanse gevangenissen is het razend populair. Het ruim 450 pagina’s tellende boek belandt op vele nachtkastjes, menig lezer hangt de ‘wetten’ zelfs geprint op de koelkast. Rapper Busta Rhymes stelt Greene voor een ‘straat’-versie van het boek te maken. Dat boek komt er niet, maar ook het origineel wordt in de hiphopscene verslonden. Adepten zoals Busta Rhymes zien het als een manier om te overleven in de harde muziekwereld.
Onder critici geldt het direct als een controversiële, sinistere kijk op macht. Het is eind jaren negentig, het optimisme na de val van de Berlijnse Muur overheerst en deskundigen en politici belijden het geloof in een wereld waarin wereldmachten niet tegenover elkaar staan, maar samenwerken. Waarin soft power het wint van spierballentaal. Dat het boek lezers aanspoort tot bedrog en manipulatie om de controle te pakken over hun leven en over anderen, stuit velen tegen de borst.
Greene vindt het maar hypocriet, schrijft hij in de inleiding van zijn boek: ‘Heden ten dage is het riskant van een te grote honger naar macht blijk te geven. (…) U moet naar buiten toe eenmaal de schijn van eerlijkheid en fatsoen ophouden.’
Het boek van Greene is in feite een in 48 hoofdstukjes opgedeelde Machiavelli voor Dummies, gelardeerd met historische voorbeelden. Het steunt vooral op twee klassiekers: Niccolò Machiavelli’s De heerser uit de zestiende eeuw en De kunst van het oorlogvoeren van de Chinese generaal Sun Tzu uit de vijfde eeuw voor Christus. De Italiaanse diplomaat en strateeg Machiavelli adviseert hoe een vorst macht kan verwerven, behouden en vergroten, Tzu leest als een handleiding in strategie en tactieken, die ook bruikbaar is buiten oorlogstijd.
Robert Greene windt er in zijn interpretatie van de standaardwerken geen doekjes om, met hoofdstuktitels als ‘vertrouw niet te veel op uw vrienden, gebruik uw vijanden’, ‘houd uw ware bedoelingen strikt geheim’ en ‘vermorzel uw vijand’. ‘Alle grote leiders sinds Mozes beseften dat een gevreesde vijand compleet verpletterd diende te worden’, schrijft hij. ‘Als er maar één enkel kooltje blijft gloeien, zal het vuur uiteindelijk weer oplaaien.’
Keer op keer heeft Greene het boek sindsdien tegenover journalisten en critici moeten verdedigen. Volgens hem is het niet cynisch, maar realistisch. ‘Als de wereld een gigantisch, complotterend hof is en wij erin gevangen zitten, heeft het geen zin om te proberen aan het spel te ontsnappen’, schrijft Greene. ‘Dat maakt je alleen maar machteloos, en machteloosheid maakt je ongelukkig.’
Hoewel hij vaak genoeg getypeerd is als een rechtse havik, is Greene zelfverklaard Obama-fan en opperde hij eens de politiek adviseur van de Democratische Partij te willen worden. Hij omschrijft zijn boek als een inkijkje in de denkwereld van de machtswellustelingen, juist ook om hun weerstand te kunnen bieden – al gaat het wat ver om hem een wereldverbeteraar te noemen. Greene vertrok ooit van de Universiteit van Californië in Berkeley omdat hij zich daar naar eigen zeggen ‘stoorde aan de hippiecultuur’.
Enig opportunisme is Robert Greene in elk geval niet vreemd. Ook zijn volgende boeken, waaronder De wetten van de verleiding en De wetten van oorlog, werden bestsellers. Het eerste geldt nog altijd als de bijbel voor vrouwenversierders en is razend populair in de manosphere (net als De 48 wetten van de macht trouwens, als leidraad voor persoonlijk succes).
Ook Greene’s debuut heeft niet aan relevantie ingeboet. Eind jaren negentig ging De 48 wetten nog in tegen het algemene denken. Anno 2026 is het gedachtegoed van Macchiavelli springlevend. Alles is weer (openlijk) toegestaan voor het verwerven of behouden van macht, onafhankelijk van recht en moraal. Het Europese optimisme van de afgelopen decennia wordt nu afgedaan als naïef, internationaal recht lijkt er niet meer toe te doehttps://jopdevrieze.nl/wp-content/uploads/2026/07/large_19-omslag-web-237×300.jpgn en imperialistische oorlogen worden niet langer bedekt met de mantel der democratisering of mensenrechten.
Tegelijkertijd stijgt juist vanuit de wetenschap een veel genuanceerder en minder duister beeld van macht op. Studies in het dierenrijk laten zien dat fenomenen als de ‘alfaman’ die via geweld de dienst uitmaakt, de werkelijkheid enorm tekortdoen. Ook onderzoek bij de mens laat zien dat er meer manieren zijn om macht en invloed uit te oefenen dan via manipulatie, controle en repressie. En net zoals het streven naar macht ingebakken zit, geldt dat ook voor het ontstaan van tegenmacht. Dat biedt een hoopvol verhaal over hoe het tij te keren in deze cynische tijd.
Realisme, zoals Greene zijn visie op macht presenteert, is een verraderlijke term. We kennen hem uit andere maatschappelijke debatten. Zelfbenoemde ‘rassenrealisten’ stellen bijvoorbeeld dat er ‘nu eenmaal aangeboren verschillen in intelligentie zijn tussen verschillende etnische groepen’, genderrealisten claimen dat de verschillen tussen mannen en vrouwen zoals we ze waarnemen verankerd zitten in ons DNA. Op beide claims valt heel wat af te dingen, maar de vanzelfsprekendheid waarmee ze worden gelegd, maakt ze moeilijk te bestrijden.
Zo ook met het machtsrealisme van Niccolò Machiavelli en Robert Greene. Een van de prominentste critici van het duistere machtsdenken is niet toevallig hoogleraar aan de door Robert Greene zo verfoeide universiteit in Berkeley. In zijn boek De machtsparadox uit 2016 schrijft deze psycholoog, Dacher Keltner, dat de machiavelliaanse visie op macht bijvoorbeeld geen verklaring biedt voor veel belangrijke veranderingen in de menselijke geschiedenis. De afschaffing van de slavernij bijvoorbeeld, de val van dictators, het einde van de apartheid en de opkomst van de burgerrechtenbeweging. ‘Misschien wel het meest cruciale is dat het beschouwen van macht als dwang en bedrog ons blind maakt voor de alomtegenwoordigheid ervan in ons dagelijks leven en het feit dat het al onze interacties vormgeeft, van die tussen ouders en kinderen tot die tussen collega’s’, schrijft Keltner.
Macht, zo definieert Keltner in zijn boek, is het vermogen om invloed uit te oefenen op andermans gedrag, gevoelens of overtuigingen. Dat kan zijn het beïnvloeden van de politieke opinie, het veranderen van maatschappelijke normen of gewoon in alledaagse situaties, of het nu gaat om een poging om een tweejarige groenten te laten eten of om een koppige collega te inspireren om haar beste werk te leveren. In ons dagelijks leven maken we vrijwel continu inschattingen van machtsdynamieken om ons heen, al vanaf onze kinderleeftijd. Dat doen we op basis van gedrag en interacties, maar ook van taal, lichaamstaal en lichaamskenmerken.
Macht is overal. Zoals de Britse filosoof Bertrand Russell in 1938 schreef: ‘Het fundamentele concept in de sociale wetenschappen is macht, in dezelfde zin als energie het fundamentele concept is in de natuurkunde. De wetten van de sociale dynamiek zijn wetten die alleen kunnen worden geformuleerd in termen van macht.’
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.
Dacher Keltner verwierf wetenschappelijke faam met studies die lieten zien dat macht meestal niet ‘gegrepen’ wordt, zoals Machiavelli beschrijft, maar gegund door de groep. En meestal is dat niet op basis van pure dominantie en agressie.
Zijn team bestudeerde onder meer wie van de nieuwe lichting studenten invloedrijk werd in Amerikaanse studentenhuizen. Ze lieten daarvoor de bewoners hun persoonlijkheid omschrijven en elke paar maanden rapporteren wie van hun huisgenoten het ‘machtigst’ was binnen hun setting.
Ze ontdekten dat macht snel naar bepaalde individuen stroomt: na twee weken hadden sommige studenten al meer macht dan anderen. Wel fluctueerden die machtsverhoudingen gedurende het jaar. Maar het interessantste was wie er aan de macht kwamen. Je verwacht misschien dat de aardigste types het onderspit zouden delven, maar het waren juist de vriendelijkste, meest gefocuste, kalme en open types die een hoge rang toebedeeld kregen. Ook in andere omgevingen, zoals de werkvloer en zelfs het leger, hangen vergelijkbare eigenschappen het meest met machtsverwerving samen. Groepen, zo betoogt Keltner, kennen macht toe aan de meest sociaal ingestelde individuen, die het collectieve belang het beste kunnen dienen.

Toch valt er op de wat hippieachtige kijk op machtsverwerving van Keltner ook wel wat aan te merken. Dat macht gegund moet worden, betekent nog niet dat die altijd gaat naar de persoon die daadwerkelijk het beste voor heeft met de groep, laat staan dat die dat ook zal waarmaken.
Grofweg zijn er drie typen leiders. Allereerst zijn er mensen die in rang stijgen en uiteindelijk de top bereiken door respect af te dwingen vanwege hun vaardigheden: ze zijn simpelweg heel competent. Ze inspireren en nemen vaak een mentorrol aan en hebben de top niet als doel. Dit laatste geldt ook voor het tweede type, voor wie leiderschap een middel is om iets anders voor elkaar te krijgen (minder armoede, een beter draaiende economie, mensen blij maken met een innovatief product), ze voelen een sterke verantwoordelijkheid om het voortouw te nemen.
Het bekendste leiderstype kenmerkt zich door een sterke behoefte aan macht. Dit zijn de leiders die hun positie afdwingen door dominantie en manipulatie en die het bereiken van de top wél beschouwen als een doel op zich. Deze intrinsieke behoefte aan macht is deels vastgelegd in ons DNA en deels aangeleerd. De meest uitgesproken machtswellustelingen beschikken in hoge mate over drie eigenschappen: machiavellisme, narcisme en psychopathie. Wanneer zij eenmaal aan de macht zijn, doen ze soms wel wat goed is voor de groep, maar vanuit opportunisme: omdat hen dat in het zadel houdt. Net zo graag wekken ze slechts de indruk dat ze goed doen, terwijl dat in feite niet zo is.
Als je de wetenschap moet geloven, is het streven naar macht niet zo’n gek idee: macht levert allerlei voordelen op. Bij dieren gaat het meestal om toegang tot voedsel en seks – allebei goed voor de voortplantingskansen. Ook machtige mensen hebben meer seks, krijgen meer nakomelingen, zijn gezonder, leven in meer weelde en nog langer ook. Macht stimuleert het beloningssysteem in de hersenen, waardoor het een kick geeft (en verslavend is).
Daar staat wel iets tegenover, zegt Gerben van Kleef, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Lang was de wetenschappelijke literatuur over macht één groot succesverhaal. Maar inmiddels weten we dat er ook risico’s aan kleven.’
Van Kleefs team begon dit aspect te bestuderen toen acteur Kevin Spacey eind 2017 in opspraak kwam wegens vermeend grensoverschrijdend gedrag. ‘Die was toen op het hoogtepunt van zijn roem en bijna van de ene op de andere dag werd hij gecanceld. Terwijl er helemaal geen rechtszaak had plaatsgevonden en later veel van de aantijgingen ongegrond werden verklaard. Dat vonden we wel erg contrasteren met het rooskleurige beeld van machtige mensen in de literatuur.’
Niet alleen zijn machtigen vaak zichtbaarder dan anderen, we geven hun eerder het nadeel van de twijfel en oordelen strenger over hen. Van Kleefs onderzoeksgroep legde deelnemers situaties voor waarin iemand slecht gedrag had vertoond, zoals creditcardfraude of wangedrag tijdens een receptie. Lieten de onderzoekers de deelnemers inschatten wie van de verdachten het gedrag had vertoond, dan kozen ze meestal de machtigere persoon.
In een andere studie keken Van Kleef en collega’s naar een community op het platform Reddit: Am I the Asshole?!? Mensen beschrijven hier een sociale situatie waarin ze mogelijk iets fout hebben gedaan. Anderen kunnen stemmen wie de asshole was: de schrijver, de ander, geen van beiden of allebei: ‘Everyone sucks here.’ De onderzoekers lieten een taalmodel de verhaaltjes coderen en ook hier vonden ze: hoe hoger iemands macht, hoe groter de kans dat die als asshole werd gekenschetst.
Ook bij dieren biedt macht niet alleen maar voordelen. Een beroemde studie laat bijvoorbeeld zien dat naarmate bavianen hoger in rang zijn, ze minder stress ervaren. Tot aan de op één na hoogste man. De opperbaviaan heeft juist méér stress, omdat-ie steeds op zijn hoede moet zijn. Een wetenschappelijke publicatie uit 2017 laat zien hoe een alfachimp die zich als tiran gedroeg (bijnaam: Saddam), op een zwak moment werd verjaagd en uiteindelijk vermoord door een alliantie van lager geplaatste mannetjes. De wetenschappelijke literatuur laat ook zien dat het met veel menselijke dictators uiteindelijk slecht afloopt.
Het probleem, zegt hoogleraar leiderschap en organisatieverandering aan de Rijksuniversiteit Groningen Janka Stoker, ‘is dat we vaak toch geneigd zijn die dominante figuren te verkiezen boven de andere types, ook al hebben die vaak niet het beste met ons voor’.
Dat we vallen voor dominante types kan komen doordat ze ons met hun grote woorden en manipulatie doen geloven dat ze het beste met ons voor hebben. Maar uit onderzoek is gebleken dat we juist meer geneigd zijn voor dergelijke types te gaan in tijden van dreiging en onzekerheid. Daar is een evolutionaire verklaring voor. Leiders hebben in feite twee taken: goed zorgen voor de groep en die beschermen tegen dreigingen van buitenaf. Zelden zijn die optimaal verenigd in één persoon, management of regime. Een harde leider zal ook naar binnen toe eerder repressief of gewelddadig optreden, een empathische leider laat zich wellicht eerder verschalken door de vijand.
Afhankelijk van de omstandigheden is het verzorgen of beschermen belangrijker. In het dierenrijk verklaart die tegenstelling verschillen tussen en binnen soorten. Neem bijvoorbeeld chimpansees en bonobo’s. Bij de eerste soort zijn de mannetjes de baas en is er veel rechtstreekse agressie binnen en tussen groepen. Bij bonobo’s zijn de vrouwtjes de baas en is de agressie minder openlijk en direct. Een verklaring hiervoor is dat chimpansees in gebieden leven waar meer onderlinge concurrentie is om voedsel. De bonobo’s leven onder vrediger omstandigheden.
Het is dus aannemelijk dat ook de menselijke behoefte aan dominante leiders een evolutionaire basis heeft. In tijden van militaire dreiging worden bijvoorbeeld ook de gendernormen strakker: mannen moeten in tijden van strijd sterk zijn en geen kwetsbaarheid tonen. Een probleem van die hang naar sterke leiders, is dat die kan leiden tot een selffulfilling prophecy: een dominante, agressieve leider is nu eenmaal meer geneigd tot geweld dan een competente of verantwoordelijke softie.
En die autoritaire trekken nemen juist in onzekere tijden toe. ‘Wanneer je positie wankeler wordt, ben je nog minder geneigd om je macht te delen’, zegt Stoker, co-auteur van het boek Goede leiders in onzekere tijden.
Zo kan er een spiraal van repressie ontstaan: bij grotere ontevredenheid neemt de kans toe dat je van de troon wordt gestoten, wat leidt tot meer repressie, wat weer leidt tot meer weerstand en nog zwaardere repressie. Het resultaat hiervan hebben we recent gezien tijdens de volksopstand in Iran van begin 2026, waarbij duizenden burgers werden vermoord.

En dan speelt er nog iets belangrijks. Zoals Dacher Keltner liet zien, vergt het aan de macht komen eigenschappen als empathie, vriendelijkheid en generositeit. Maar heb je die macht eenmaal verworven, dan nemen die eigenschappen juist af. Keltner noemt dit ‘de machtsparadox’. Machtige mensen, laat hij zien, worden sociopathischer, hufteriger. Ze worden slechter in het herkennen van emoties en gaan zich minder sociaal gedragen. Zo eten ze minder netjes, onderbreken ze andere mensen vaker en houden ze zich minder aan de wet. Hun machtspositie rechtvaardigen ze met verhalen waaruit hun superioriteit blijkt.
Macht corrumpeert, en absolute macht corrumpeert absoluut, beaamt Janka Stoker: ‘Je denkt echt dat jij de beste bent. En je hebt allemaal mensen om je heen die dat bevestigen. Dus al was je van tevoren geneigd om anders te denken, als je er eenmaal zit, word jij voortdurend bevestigd in dat je zo’n goede leider bent’, zegt Stoker. ‘Dan ga je voor de bijl.’
Gevolg van die sociopathische trekken en zelfbevestiging is de neiging om de macht te consolideren en vergroten en er misbruik van te maken. We kennen de voorbeelden van zichzelf verrijkende (minister-)presidenten en directeuren, van straffeloze soldaten en regeringen die buitensporig geweld gebruiken tegen de burgers.
Keltner stelt dat die machtsparadox uiteindelijk de ondergang betekent voor de meeste leiders. Macht kan volgens hem uiteindelijk alleen in stand worden gehouden wanneer de machthebbende het belang van de groep blijft dienen. De realiteit is vaak weerbarstiger. Want machthebbers weten vaak de indruk te wekken dat ze het algemeen belang dienen, ook als dat niet zo is. Ook blijven ze vaak in het zadel door niet hun ‘gewone onderdanen’, maar vooral hun entourage tevreden te houden. Die gunnen ze baantjes, invloed en voorspoed.
Dominant gedrag kan voor een leider dus wel degelijk lonen. Maar macht uitoefenen kan ook op minder kwaadaardige wijze. Zelfs bij onze meest agressieve neven, de chimpansees, draait het minder om imponeergedrag en machtsvertoon dan we vaak denken. ‘Er zijn grote verschillen in dominantiestijl van de alfa’, vertelt Edwin van Leeuwen, primatoloog aan de Universiteit Utrecht. ‘Dat varieert van heel bruut, tot heel sociaal ingesteld. En die leiderschapsstijl heeft invloed op de dynamiek en normen in de groep. Een agressieve, onvoorspelbare alfa is zelden goed voor de stabiliteit.’
De recent overleden Nederlandse primatoloog Frans de Waal liet dat verschil in leiderschapsstijlen zien tijdens zijn onderzoek in Burgers’ Zoo in Arnhem, eind jaren zeventig. In zijn boek Chimpanseepolitiek (1982) beschrijft De Waal hoe het mannetje Yeroen heerst over de apengemeenschap. Hij geniet van het beste voedsel, wordt het meest gevlooid en kan seks hebben met seksueel actieve vrouwtjes zoveel als-ie wil. Tot een jongere man, Luit, hem uitdaagt. Dat doet Luit niet door geweld of bedreiging, maar door draagvlak te creëren bij de andere chimps. Hij verzorgt hen, deelt voedsel. Hij toont aan dat hij vrede en rust kan brengen en wordt beloond met buigingen en onderdanige glimlachen. Zoals De Waal schrijft: ‘Een leider ontvangt steun en respect van de groep… in ruil voor het handhaven van de orde.’
Orde hangt in de natuur samen met hiërarchie: een rangorde die maakt dat het ene individu hoger staat dan het andere en daardoor meer privileges heeft. In de natuur bestaan allerlei typen hiërarchieën, van steil tot vlak en van stabiel tot dynamisch. Hiërarchieën zijn paradoxaal, omdat ze samenlevingen stabiliseren, maar enorme ongelijkheid en onrechtvaardigheid kunnen creëren. Een complex samenspel van genetische en aangeleerde eigenschappen en omstandigheden bepaalt hoe strak een hiërarchie binnen een bepaalde groep is.
In de natuur hebben hiërarchieën een concrete functie, vertelt Damien Farine, diergedragsonderzoeker aan de Australische Nationale Universiteit: het voorkomen van gevechten. ‘Vechten kost veel energie. Het leidt tot verwondingen en verbruikt tijd die je niet besteedt aan het oppassen voor roofdieren. Uiteindelijk komt het erop neer dat als twee individuen op voedsel afgaan, ze zo snel mogelijk een oplossing vinden, zodat degene die het onderspit delft op zoek kan naar ander voedsel.’
Het bevechten van macht, of überhaupt van een positie in een hiërarchie, is altijd een kwestie van kosten en baten: het individu of de samenwerkende individuen schatten in wat de strijd kan kosten en opleveren, versus de kosten van de situatie laten zoals die is. Dit geldt bij een confrontatie tussen twee koolmezen die zich groot maken in de strijd om een stukje territorium of bij een volksopstand tegen een dictatoriaal regime. We komen in actie wanneer we inschatten dat de kosten van niet in actie komen nóg groter zijn. (Vandaar dat dictators altijd veel energie stoppen in het verhogen van de kosten van opstand, en het zo negatief mogelijk afschilderen van het alternatief.)
De mensheid heeft in de loop van de geschiedenis tijden gekend waarin we helemaal niet zo’n sterke hiërarchie hadden. En dat werkte eigenlijk verrassend goed, betoogt antropoloog Christopher Boehm in zijn boek Hierarchy in the Forest (1999). Jagers-verzamelaars leefden (net als de meeste hedendaagse jagers-verzamelaars, zoals de Hadza in Tanzania) in behoorlijk egalitaire groepen. Probeerde één man de macht te grijpen, dan werd die tot de orde geroepen. Met de opkomst van de landbouw werd het bezit van land belangrijker en werden samenlevingen hiërarchischer, met toenemende ongelijkheid tot gevolg.
Je zou kunnen concluderen: een meer grootschalige samenleving heeft dus een strakkere hiërarchie nodig. Maar je kunt het ook anders formuleren: de mogelijkheid om meer bezit te vergaren en de ontwikkeling van wapens en andere machtsmiddelen hebben het makkelijker gemaakt om macht te verwerven en consolideren. Een strakke hiërarchie met grote machtsongelijkheid is dus geen voorwaarde, maar een gevolg van de modernere samenleving.
Zelfs als je aanneemt dat een complexe maatschappij een duidelijke hiërarchie nodig heeft, betekent dat nog niet dat het recht van de sterkste moet gelden. Er zijn goede en slechte hiërarchieën, betoogt evolutiebioloog en historicus Peter Turchin. De elite kan zich op twee manieren gedragen: prosociaal of egoïstisch. In 2010 voorspelde Turchin de ondergang van de politieke orde, doordat de Amerikaanse elite vanuit haar egoïsme te ver verwijderd was geraakt van de bevolking.
Ook in het dierenrijk gaat het recht van de sterkste minder op dan gedacht, toont een recente golf van publicaties. Zelfs in behoorlijk strikte hiërarchieën is de alfaman namelijk lang niet zo’n alleenheerser als hij lijkt. ‘Dat beeld van de alfaman als baas, is neergezet door een aantal gedragswetenschappers’, zegt Damien Farine. ‘Dat waren allemaal mannen met een jarenvijftigvisie op hoe een groep zich zou moeten gedragen.’
In feite besloten deze conservatieve onderzoekers dat de dominante man wel de leider móest zijn, zegt Farine. ‘Maar als je kijkt naar wat we de afgelopen tien, twintig jaar hebben geobserveerd, zie je dat dat bijna nooit klopt.’
Farine en zijn collega’s publiceerden in 2020 in Science Advances. een intrigerende studie van parelhoenderen in Kenia. Die soort leeft in groepen van zo’n zestig vogels en kent een steile hiërarchie. Farine’s collega Danai Papageorgiou viel het op dat wanneer de alfa andere individuen bij een lekker hapje had weggejaagd, de rest van de groep vervolgens een andere kant op bewoog. De alfavogel bleef alleen achter en moest kiezen: alleen blijven dooreten en zich daarbij blootstellen aan het risico van roofdieren, of de groep volgen. De keuze was snel gemaakt.
De onderzoekers beschrijven dit fenomeen als een vorm van gezamenlijke besluitvorming waarmee de macht op het ene vlak (voedsel) balanceren met macht op een ander vlak (verplaatsing). Eenzelfde dynamiek namen ze waar bij in hetzelfde gebied levende bavianen. Dergelijke mechanismen, zo blijkt, spelen bij veel diersoorten.

Ook bij chimpansees is het leiderschap meer verdeeld dan lang werd gedacht, vertelt Aaron Sandel, die wilde chimpansees bestudeert in Oeganda. Zo leidt de alfaman zelden de patrouilles van chimpanseemannen langs de grenzen van hun territorium en gaat hij niet voorop bij het zoeken naar voedsel. Een niet te onderschatten rol binnen de groep wordt gespeeld door de vrouwen, alleen al omdat jonge chimps minstens tien jaar bij hun moeder blijven. ‘Wanneer je puur kijkt naar de hiërarchie van agressie, doe je de complexiteit enorm tekort’, zegt Sandel. ‘Er spelen veel meer hiërarchieën en er zijn verschillende manieren om een succesvolle chimpansee te zijn.’
Papageorgiou is op basis van de recente studies gaan vermoeden dat net als het streven naar macht ook het ontstaan van tegenmacht een evolutionaire functie vervult. Aan de Humboldt Universiteit in Berlijn bestudeert ze met haar team hoe dieren binnen hun groepen elkaars macht in balans houden. Dat doen ze soms door samen te spannen, of zoals bij de parelhoenderen door collectief gedrag. Het wordt bijvoorbeeld steeds duidelijker dat een individueel dier dat op het ene vlak macht heeft, dat op het andere zelden ook heeft. Ook bij de mens treden dit soort mechanismen op. Het clichévoorbeeld van de carrièreman die thuis niets te zeggen heeft staat niet op zich.
De nieuwe inzichten hebben implicaties voor hoe we spreken over macht, aldus Papageorgiou. Eeuwenlang werden voorbeelden uit het dierenrijk aangehaald om te betogen hoe ‘natuurlijk’ machtsmonopolisering is, zegt ze. ‘Die trend is aan het veranderen, want uit ons onderzoek blijkt dat de zaken veel complexer en zelfs contra-intuïtief zijn. En enorm divers.’
Wanneer er sprake is van machtsvertoon, ontstaat er vanzelf tegenmacht, zegt Papageorgiou. Bijvoorbeeld in de VS in 2020, toen George Floyd werd vermoord. Veel mensen waren woedend en gingen de straat op om te demonstreren. Iets vergelijkbaars gebeurde in 2008 in Athene toen de politie een jongen van vijftien vermoordde. Nog altijd wordt die moord jaarlijks herdacht. Papageorgiou: ‘In beide gevallen was er een natuurlijke drang om macht te confronteren toen die op een despotische manier werd uitgeoefend.’
Een samenleving is gezond wanneer ze de dominante, manipulatieve machtswellustelingen doorziet en via tegenmacht weet te beteugelen. Wanneer ze de verantwoordelijke en competente leiders stimuleert en de ruimte geeft. Tegenmachten zoals de rechtspraak en de journalistiek zijn daarin onontbeerlijk, maar iedereen kan eraan bijdragen. Net zoals de alliantievormende chimpansees die de tiran verdreven.
Hoe verlagen we de aantrekkelijkheid van autoritaire leiders die meer geneigd zijn tot machtsmisbruik? Door het gevoel van machteloosheid bij burgers te verminderen, betoogt Dacher Keltner in zijn boek. Door hun levensomstandigheden te verbeteren. Door, jawel, bestaanszekerheid. Uiteindelijk is lang niet iedereen op zoek naar macht, maar wel naar controle over het eigen leven. Naar het gevoel ertoe te doen en iets bij te dragen. Dit geldt ook voor de anderhalf miljoen lezers van Greene’s 48 wetten: om gelukkig(er) te worden hoeven die mensen niet liegend en manipulerend door het leven te gaan. Stel ze in staat om meer controle te krijgen over hun eigen lot en keuzes. Dan is macht ook geen zero-sum game meer – de autonomie van de een hoeft niet ten koste te gaan van die van de ander.
Het is niet zo dat macht níet werkt zoals Machiavelli en Greene beschrijven, maar het is niet de enige manier. Wie iets wil bereiken hoeft niet mee in die cynische visie – al is het wel verstandig om weet te hebben van de manipulatieve technieken.
—-
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.